Demonstratie
‘Jullie zijn geen Amerikanen! Jullie moeten het land uit!’ Een man langs de kant van de weg is duidelijk geen fan van de militairen. Ook al waren ze in Irak. Ook al vochten ze tegen terroristen.
De militairen zijn nu tegen de oorlog - en daarom moeten ze het land uit.
St. Paul was vandaag van de demonstranten. Tegen de oorlog, voor de oorlog, tegen abortus, voor abortus, tegen Bush, tegen McCain, tegen Obama, tegen socialisme, voor anarchisme. Alles was aanwezig.
De tegens waren beter vertegenwoordigd dan de voors. De voors schreeuwden harder. Zoals tegen de vader met een foto van zijn in Irak gesneuvelde zoon.
Militairen tegen de oorlog in Irak
Rellen
Tot echte rellen kwam het niet - maar de politie was er volledig klaar voor. Wapenstokken, pistolen, automatische wapens, taserguns, kogelvrije pakken (een kogelvrij vest omschrijft niet wat het is). Onder de woeste pakken en enorme helmen, schuilden echter vriendelijke mannen. Voor mij althans. ‘Pas op voor dit stoepje, mevrouw, natuurlijk mag u een foto van me maken, mevrouw.’
Democracy Now activiste Amy Goodman werd door ze gearresteerd.
Arrestatie - niet zo vriendelijk
Oorlog in Irak?
Amerika is een land in oorlog. In Irak en Afghanistan zijn honderdduizenden militairen gelegerd, maar je hoort er niemand over. Bijna niemand.
Dat de conventie een grote ‘feel good’ show zou worden wist iedereen. Maar zelfs op televisie en in de kranten wordt amper over de oorlog in Irak gepraat. Afgezien van de lege kreten: ‘Our men and women overseas, our heroes!‘.
Cool
Ik zag een documentaire op het IDFA, vorig jaar november. Daar vertelde een Amerikaan dat hij in Irak was geweest. Als hij dat aan iemand in de kroeg vertelde, was het standaard antwoord ‘cool’.
Het is waar. Ik praatte met een afgevaardigde over de oorlog in Afghanistan en vertelde over een vriend die in Uruzgan was. En dat hij bijna was omgekomen bij een raketaanval. ‘That’s cool‘, zei hij.
Anti-oorlog
Als ik het dan niet bij afgevaardigden vind, en ook niet bij de conventie zelf, dan maar naar de anti-oorlogsmensen. Die hebben dinsdagochtend een bijeenkomst in The Presbetarian Church, Sherman Street.
De zaal zit vol hippies, die ongeduldig luisteren naar een genuanceerd verhaal van superafgevaardigde Jim McDermott. Hij heeft het over diplomatie, onderzoeken en demonstraties.
Na een klein uur draaien en zachtjes mopperen springt de man naast me, stevig postuur, morsig T-shirt, klein grijs staartje in zijn nek, op: ‘Just stop the fucking war!’ roept hij. ‘McCain een held? Hij heeft duizenden mensen vermoord met zijn bommen!’ Hij snuift, terwijl mensen enigszins beschaamd wegkijken. Een paar klappen.
Dictator
‘U vertegenwoordigt ons, waarom stopt u die oorlog niet?’, verwijtend kijkt hij naar McDermott. Die glimlacht en zegt: ‘Democratie is vies, het is vunzig en het is fout. Maar als je de alternatieven bekijkt is het het beste alternatief.’
De boze man begint weer te fulmineren. McDermott stopt hem: ‘Als u wilt dat we de oorlog morgen stoppen, moet u een dictator kiezen - niet een Democraat.’
